Hulp en ondersteuning

Leerlinggericht:

Leerlingen die uit het buitengewoon onderwijs komen, van het basisonderwijs naar het secundaire onderwijs overgaan of na revalidatie hun schoolloopbaan verder zetten, passen zich soms moeilijk of heel geleidelijk aan. Integratieproblemen kunnen vermeden of aangepakt worden door specifieke ondersteuning.

Mogelijke aspecten in de leerlinggerichte hulp en ondersteuning:

 

Motorische en sensorische ondersteuning
  • schrijfmotorisch advies geven om het handschrift te verbeteren (vb. in samenwerking met ambulant team);
  • de leerling leren werken met aangepast materiaal vb. schaar, trackball,…
  • de leerling in de mogelijkheid stellen om praktijkgerichte lessen optimaal te laten volgen;
  • de leerling ondersteunen in zijn grof- en fijnmotorische mogelijkheden;
  • de leerling ondersteunen bij het aanleren van het typen;
  •  …

 

Zelfstandigheid en werkhouding
  • de leerling systematisch en geordend leren denken en werken;
  • de leerling een efficiënte studiemethode bijbrengen (leren leren);
  • de leerling een efficiënte planning en organisatie bijbrengen;
  • de leerling een erGONomische uitgangshouding bijbrengen;
  • de leerling een correcte hulpvraag leren stellen;
  • de leerling leren structuur te geven aan leerinhouden
  • de leerling planmatig leren werken
  • de leerling zijn concentratie mogelijkheden bevorderen

  

Onderwijskundige ondersteuning
  • leerstoflacunes die ontstaan door een trager werktempo opvangen (we trachten in eerste instantie de vakleerkracht warm te maken om deze lacunes bij te werken);
  • werken rond ruimtelijk inzicht, oriëntatie en structuratie;
  • de leerling z’n gezondheid, fitheid, uithoudingsvermogen bewaken;
  • de leerlingen begeleiden en ondersteunen tijdens de stage;
  • opvolgen verbale mogelijkheden
  • perceptie mogelijkheden analyseren
  • snelheid van verwerken van leerstof
  • concentratie mogelijkheden
  • aanpak van leerproblemen (dyslexie, dyscalculie, ...)

 

Sociaal–emotionele ondersteuning 

Tussen de GON-leerling en zijn begeleider ontstaat meestal een vertrouwensrelatie. De leerling komt soms bij hen terecht met vragen rond handicap, sociale problemen (vb. uitsluiten of pesten). Het is hun taak om daar oog voor te hebben en in de mate van het mogelijke de jongere te ondersteunen om een realistische kijk op zijn kunnen (en niet kunnen) te leren hebben. Sociaal-emotionele ondersteuning betekent ook werken rond sociale vaardigheden, sociale situaties vertalen en bespreken met de leerling, …

 

Gezinsgericht

Ervaring wijst uit dat de GON-begeleider af en toe ook geconfronteerd wordt met gezinsgerichte hulp. Dit omvat zowel concreet pedagogisch advies inzake de dagelijkse opvoeding en begeleiding van het kind (vb. huiswerk), als de nood aan informatie i.v.m. hulpmiddelen, … Soms zijn er ook vragen naar sociaal-emotionele ondersteuning van het gezin op zich (vb. de relatie tot de andere kinderen van het gezin). Hier ondervindt de GON-begeleider duidelijk grenzen.

 

Teamgericht

  • informatie overdracht;
  • tips & advies;
  • coachen;
  • leren werken met aangepast materiaal;
  • zoeken naar de beste plaats in de klas;
  • begeleiden in aanpassing van het didactisch onderwijsproces;
  • informeren van de klasgroep;
  • aandachtspunten doorgeven i.v.m. omgangsvorm t.a.v. de GON-leerling;
  • informeren van de klasgroep omtrent de problematiek
  • gesprekken met de klasgroep wanneer er zich sociaal-emotionele problemen voordoen;
  • het lerarenteam en de leerling begeleiden en hulp verstrekken bij het alternatief evalueren (differentiatie toetsen, organisatie toetsen: schrijfhulp, pc, …);
  • begeleiden bij het aanpassen van het lesprogramma: mogelijke aspecten zijn:
    • STICORDI-maatregelen
    • motivatie tot zelfsturing: evalueren van het leerproces i.p.v. het resultaat;
    • tijdelijk/permanent onderwijs aan huis;
    • spreiding van het lesprogramma over twee schooljaren;
    • vrijstelling van één of meer vakken op voorwaarde dat de leerling vervangende activiteiten volgt.
  • het lerarenteam en de leerling bijstaan in het opvangen van leerstoftekorten na ziekte of afwezigheid. Een aantal voorbeelden:
    • stappenplan voor verwerking leerstof;
    • inhaallessen