|
Ieder kind is immers uniek. Elk kind met zijn eigen
beperktheden en mogelijkheden bieden wij de kans om op
zijn eigen tempo te ontwikkelen.
Onze school is daarom niet alleen een leeromgeving, maar
ook een leefgemeenschap.
KLEUTERONDERWIJS
Het aantal klasjes kan elk jaar weer anders zijn,
afhankelijk van het totaal aantal kleuters.
Ontwikkelingsleeftijd weegt hierbij door op
kalenderleeftijd, evenals op mogelijke andere
implicaties als gevolg van de motorische en/of
sensorische stoornissen.
Drie belangrijke doelstellingsgebieden krijgen de nodige
aandacht :
Een aangename, warme omgeving brengt kinderen tot leren
: het exploreren van de ruimte, het experimenteren met
allerhande materialen (sensopatisch, constructie- en
fantasiematerialen) en het verruimen van gerichte
ervaringen, bijvoorbeeld met betrekking tot het eigen
lichaamsschema.
De ontwikkeling van onze kleuters verloopt in één of
meerdere domeinen moeilijk, waardoor het belangrijk is
om nog meer aandacht te besteden aan het aanreiken
vanuit verschillende invalshoeken. Het kleuterpakket
wordt ook sterk geïndividualiseerd, met als belangrijk
doel het streven naar een zo hoog mogelijke
functionaliteit. Het proces neemt hier een even
belangrijke plaats in als het eindproduct of het
resultaat. We trachten elke kleuter een positief
zelfbeeld mee te geven, door het dusdanig in zijn
ontwikkeling te benaderen dat het succeservaringen
kent. We leren het kind zijn leef-, speel- en denkwereld
te structureren zodat deze zo voorspelbaar mogelijk
wordt. Dit geeft houvast, zekerheid, en dus veiligheid.
De kleuter wordt hierbij in zijn totaliteit benaderd, in
die zin dat rekening gehouden wordt, niet alleen met
zijn specifieke mogelijkheden en beperkingen, maar ook
met hoe het kind gericht is op zijn omgeving, vanuit
zijn sensorisch-motorische basisvaardigheden. De weg die
ouders hierbij met hun kind hebben afgelegd, en nog voor
ogen hebben, is hierin een belangrijke factor.. Het is
voor de begeleiders dan ook belangrijk om voldoende
zicht te krijgen op de verwachtingen die ouders hebben
met betrekking tot de ontwikkelingskansen van hun kind.
Tevens is het aan ons begeleiders om dit te plaatsen
binnen een realistisch kader. Geregeld overleg is nodig
om het handelingsplan op te maken en bij te sturen.
We gebruiken verschillende werkvormen en activiteiten :
het onthaalmoment met de daglijn, hoekenwerk, vrij spel,
de geïntegreerde werking, een gestructureerde aanpak,
afwisselend individuele werk- en spelmomenten, …
Dit kenmerkt zich door een opbouw van concreet niveau
naar een meer en meer abstract niveau. Er zijn ook
klasoverschrijdende activiteiten voor de kinderen die
dit aankunnen, vooral gericht op sport, spel en bewegen.
LAGER ONDERWIJS
Tot onze doelgroep behoren de kinderen die vooral nood
hebben aan een sterk schools programma. Het werken tot
een niveau van het gewoon 6de leerjaar en dus het
behalen van een getuigschrift, behoort tot de
mogelijkheden.
Het grote verschil hierbij ten opzichte van het gewoon
onderwijs, is onder meer :
Ø
het tempo
: meer tijd om de kernleerstof te verwerken, of de kans
om stil te staan bij daadwerkelijk manipuleren van
materialen, …
Ø
de werkwijze
: de verschillende deelgroepen binnen een klas worden op
hun niveau benaderd. Het accent ligt hierbij sterk op
differentiatie als middel.
Ø
de individuele verwerking
: sommige kinderen gebruiken de computer als
schrijfvervangend middel. Dit medium moet een plaats
krijgen in het dagprogramma, zodat een vlot gebruik
mogelijk is. Eventuele aangepaste hulpmiddelen moeten
uitgeprobeerd worden, en indien geschikt voor het kind,
na een inoefenfase verder geïmplementeerd worden.
Ø
een klein aantal leerlingen per klas
: als maximum zijn er 10 kinderen voorzien per klasgroep.
We streven naar zo klein mogelijke groepen, waarbinnen
elk kind voldoende ontwikkelingskansen kan krijgen.
Ø
tijd voor therapie
: dit maakt deel uit van het dagprogramma van elk kind.
Samen met de leerkracht wordt gezocht naar momenten
binnen het weekrooster waarop individuele
therapiemomenten kunnen gepland worden. Goede afspraken
bij de start van elk schooljaar, zijn hierbij nodig en
essentieel.
Ø
momenten van geïntegreerde werking
waarbij het team van begeleiders samen werkt rond een
groep kinderen. Op die manier is een aanbod op maat
mogelijk, net zoals een uitstap, een gerichte
groepsactiviteit, …
Ø
de individuele handelingsplanning
: voor elk kind streeft men naar individuele doelen, die
op regelmatige basis worden geëvalueerd en bijgestuurd.
Groepsdoelen zijn terug te vinden in het groepswerkplan.
Ø
de
omkadering
: niet alleen leerkrachten, maar ook therapeuten,
opvoed(st)ers, een verpleegster, de
cliëntverantwoordelijk, … zijn nauw betrokken bij de
dagelijkse werking. Goed overleg is een must.
Ø
inschakeling van de BLIO
( = bijzondere leermeester individueel onderricht) : zo
kunnen kinderen (individueel of in een klein groepje) de
leerstof weer bijbenen, bijvoorbeeld na een operatie,
revalidatie, …
Ø
individueel aangepaste hulpmiddelen
: dit kan gaan van een potlood met verdikking, tot een
aangepaste computer. Ook op vlak van meubilair
beschikken we over aangepaste ergonomische banken, die
volgens de individuele noden kunnen ingesteld worden. De
samenwerking met DIATH (Dienst Informatie en Advies
Technische Hulpmiddelen) is hierbij een grote hulp.
Ø
didactische methodes
: er worden orthodidactische methodes gebruikt, die
nauwer aansluiten bij de vraagstelling van onze
kinderen.
Daarnaast begeleiden we ook een groep kinderen, die
naast hun motorische handicap, beperkt zijn in hun
leermogelijkheden. Voor hen werken we een
gedifferentieerd leeraanbod uit, met een aangepast
programma. Zij kunnen na de lagere school hiervoor een
attest krijgen. Voor deze kinderen werken we met een
eigen inhoudelijk programma en met sterk aangepaste
werkvormen.
Enkele belangrijke peilers (zoals hierboven opgesomd)
zijn ook hier van onschatbare waarde :
-
het tempo
-
de werkwijze
-
de individuele verwerking
-
een klein aantal leerlingen per groep
-
tijd voor therapie
-
geïntegreerde werking
-
de omkadering
-
…
Nog meer ligt hier het accent op het individueel
handelingsplan. De doelstellingen en realisatie ervan
worden opgesteld en uitgevoerd in overleg en in
samenwerking met alle leden van het begeleidingsteam :
de klasleerkracht, de opvoed(st)ers, de therapeuten
(kinesist, ergotherapeut en logopedist), de ouders, de
verpleegster, en de cliëntverantwoordelijke.
Belangrijke peilers krijgen hierbij een uitdrukkelijke
plaats :
Ø
nood aan structuur
: een dagprogramma per kind, het visueel maken van de
daglijn, duidelijke afspraken, … zijn hierbij
onontbeerlijk.
Ø
ervaringsgericht en functioneel werken
: kinderen leren vanuit ervaring, vanuit het ‘doen’.
Kinderen met een motorische handicap moeten hierin extra
gestimuleerd en begeleid worden om zaken te verkennen en
te beleven. We werken hiervoor projectmatig, door
dagelijkse situaties maar ook door leeruitstappen en
bezoeken.
Ø
klasoverschrijdend werken
: de atelierwerking is hiervan een voorbeeld
Ø
geïntegreerde werking
: dit is een moment in de week waarbij zowel opvoed(st)ers
als therapeuten in de klas komen. Dit wordt met het team
voorbereid, en omgezet in de praktijk. Zo’n samenwerking
biedt de kans om wat in individuele therapiemomenten
werd aangeleerd, in de praktijk toe te passen en
aandachtspunten hierbij door te geven aan alle
begeleiders. Veel begeleiders op hetzelfde moment bij de
kinderen, biedt ook de mogelijkheid om sterk individueel
tegemoet te komen aan de doelen van elk kind.
In de kijker : de atelierwerking
Eén maal (of voor bepaalde klassen twee maal) per week
wordt de atelierwerking
georganiseerd. Bij het begin van het schooljaar wordt
afgesproken welke klassen
hierbij aansluiten, op basis van de mogelijkheden en de
noden van de kinderen.
Enkele uitgangspunten hierbij :
Ø
doelstellingen op het gebied van vrijetijdsbesteding en
expressie
meer kansen geven. Hierbij wordt een bepaalde activiteit
niet gekozen omwille van de beperkingen van het kind,
maar juist omwille van de mogelijkheden.
Ø
sport of expressie
is voor onze kinderen meestal niet mogelijk in het
gewone circuit van sportgroepen, muziek- of
tekenscholen. De ateliers kunnen beschouwd worden als
een alternatief hiervoor.
Ø
door klasoverschrijdend te werken heeft
dit het voordeel dat er beter kan ingespeeld worden op
de verschillende mogelijkheden en interesses van onze
kinderen. Ook de begeleiders kunnen hierbij ingezet
worden naargelang hun eigen interesses en talenten.
Ø
kinderen kunnen zelf hun keuze maken
voor een bepaald atelier. Het maken van die keuze is mee
door ons begeleid. Hierbij wordt rekening gehouden met
de interesses van het kind, met het verleggen van
grenzen (iets kiezen buiten het gekende), met
organisatorische aspecten, … We maken 2x per trimester
een keuze, en het aanbod kan variëren per keer.
Praktisch wordt het atelier georganiseerd op een vaste
namiddag per week, en begeleid door een leerkracht. Soms
worden ze mee ondersteund door iemand van het mpi. Zo is
er ook een muziekbegeleider, die met leerlingen het
muzikale pad op gaat, ondersteund door allerhande
aangepaste materialen. Beleving staat hier centraal. |